Kennis en innovatie in de OS-sector

KL Cocktail over: hoe kunnen ontwikkelingsorganisaties kennis en innovatie inzetten om zowel hun werk als zichzelf te vernieuwen?


  • Betrokken KL'ers
25 juli 2012

Donderdag 19 juli organiseerden KL’ers Marlieke Kieboom en Nora van der Linden een zomerse cocktail over het thema ‘Kennis en innovatie in de ontwikkelingssamenwerkingsector’. De Nederlandse ontwikkelingssamenwerking (OS) staat flink onder druk, niet alleen door de voortgaande bezuinigingen erop, maar ook door de aanhoudende discussie over het nut ervan. We deden een dappere poging om voorbij die discussie te denken, en vroegen ons af: Hoe kunnen ontwikkelingsorganisaties kennis en innovatie inzetten om zowel hun werk als zichzelf te vernieuwen? Voor welke kansen en uitdagingen zien zij zich gesteld? Kortom, wat is er nodig om een stap vooruit te kunnen maken? 

Kennisland ging in gesprek met Josine Stremmelaar (coördinator Hivos Kennisprogramma), Mariken Gaanderse (sociaal ondernemer, Fonkeling) en Miguel Heilbron (Worldconnectors, NCDO, Kamerkandidaat GroenLinks).

Josine Stremmelaar

Josine Stremmelaar beet het spits af en maakte een rondje door het publiek met de vraag ‘Waar denk jij aan als je het woord ontwikkelingssamenwerking hoort?’. Dit kwam er terug:

‘Efficiëntie’
‘Samenwerken’
‘Kan beter’
‘Imagoprobleem’ 

De OS-sector vindt zichzelf elke tien jaar opnieuw uit

Bovenstaande vraag diende ter inspiratie voor een inleidend overzicht over hoe de grotere, publiekgefinancierde, non-gouvernementele organisaties (NGO’s) in de afgelopen vijftig jaar zichzelf hebben vernieuwd. Het werd het 30-koppige publiek, bestaande uit OS-doeners en -denkers en KL’ers, al snel duidelijk dat het de sector niet ontbreekt aan zelfreflectie en innovatiedrang. Uit Stremmelaars’ betoog blijkt dat de OS-sector zichzelf iedere tien jaar opnieuw uitvindt, met een bijbehorende set aan strategieën, aanpak en beleidsprotocol. Zo begon het werk ooit met de postkoloniale gedachte ‘wij weten hier hoe het moet, en wij gaan die kennis daar brengen’. Toen volgde een wat meer genuanceerde visie over de lokale context, en vroeg men zich af hoe wij konden bijdragen aan lokale ontwikkeling. Daarna kregen we een bottom-up-periode, waarin hulpbehoevenden vooral zelf mochten bepalen hoe hulp besteed zou moeten worden. In 2000 volgden de millenniumdoelen en kwam er een sterkere focus op effectiviteit en efficiëntie. Anno 2012 zit de OS-sector weer in een impasse: de druk op de werkzaamheden neemt toe door de bezuinigingen, terwijl nog steeds niet met zekerheid bekend is wat werkt en wat niet. Josine liet ons daarom ook achter met een prangende vraag: wil de sector zich wederom opnieuw uitvinden, of zou de sector zichzelf op moeten heffen? En zo ja, wat kan er dan voor in de plaats komen? Moet er wel wat voor in de plaats komen? 
 

Mariken Gaanderse

Crowdsourcen in de OS-jungle

Mariken Gaanderse nam het stokje over van Josine, en gaf ons een overzicht van de veranderingen die momenteel gaande zijn in de sector. De opkomst van social media en technologie blijkt voor een aantal veranderingen gezorgd te hebben die iets anders van ontwikkelingswerkers vragen: mobiliteit, flexibiliteit en een frisse blik. Vroeger was je als organisatie vooral invloedrijk als je groot was. Tegenwoordig lijken kleinere, genetwerkte, particuliere organisaties die zich al crowdsourcend een weg banen door de OS-jungle veel beter te zijn in het verbinden van mensen aan een doel, en hen laten meewerken aan dit doel. Deze doelen zijn vaak zeer specifiek en concreet, zoals een waterput, een weeshuis of bijvoorbeeld de campagne Kony2012. Dit is volgens sceptici meteen ook hun zwakke punt: zij werken niet aan de grote complexe vraagstukken, de zogenoemde wicked problems. Of de grote NGO’s daadwerkelijk bijdragen aan het oplossen van grote, wereldse problemen is inderdaad de vraag, maar het is een feit dat er veel vakinhoudelijke expertise aanwezig is in deze grote zogenoemde medefinancieringsorganisaties (MFO’s), zoals Cordaid, Oxfam en Hivos. Hoe kunnen deze organisaties zichzelf innovatiever en opener maken? Hoe open je hun knowledge box? Mariken denkt dat OS-organisaties meer open en horizontaal moeten gaan samenwerken. Dit roept nieuwe vragen op en de OS-sector zoekt nog naar de juiste antwoorden. Met wie ga je dan meer samenwerken? Hoe creëer je ruimte en flexibiliteit in organisaties zonder dat de opgebouwde expertise verloren gaat? Wat worden daarbij de nieuwe verdienmodellen? 
 

Miguel Heilbron

Van OS-sector naar duurzaamheidssector

De derde en laatste spreker Miguel Heilbron wierp vanuit zijn achtergrond in de ontwikkelingseconomie een voorzichtige blik op de toekomst. Hij denkt dat de sector zich moet wegbewegen van het klassieke beeld van ontwikkelingssamenwerking. In plaats daarvan zou ze zich beter samen kunnen profileren met de duurzaamheidssector, en veel meer samen kunnen werken met groene lobbyorganisaties als Urgenda en De Echte Prijs. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking wereldwijd is namelijk heel klein, afgezet tegen het geld dat opgaat aan handelstarieven, belastinggelden- en schulden. Ook de maatschappelijke lobby in Brussel is van kabouterformaat in verhouding tot de reuzenlobby die bedrijven voeren. De sector heeft baat bij een focus die ‘hier’ met ‘daar’ verbindt. Deze bewustwording is en blijft hard nodig als we daadwerkelijk richting een groene en eerlijke economie willen bewegen. In deze beweging slaat de wijzer ook positief uit als het gaat om ecologische en sociale impact van economische groei. In deze vorm van ‘hulp’ ligt de nadruk op een type productie en consumptie dat over de gehele linie geen schade toebrengt, noch ‘hier, voor onszelf’, noch ‘daar, voor hen’.

Na dit gesprek barstte een discussie los rondom de vragen die bij alle drie de sprekers aan de orde kwamen:  

Wat speelt er?

De sector worstelt met een innovatievraag. Als je wilt vernieuwen, wil je jezelf dan opnieuw uitvinden (nóg effectiever, nóg efficiënter), of wil je daadwerkelijk streven naar een ander waardestelsel, en daarmee een andere manier van werken? Kortom, innovatie betekent letterlijk naar alle scenario’s kijken. Één daarvan zou kunnen zijn: een NGO kan de OS-sector verlaten en echt ‘iets anders’ gaan doen. Vragen die helpen om de temperatuur te meten zijn dan: hoe relevant is een NGO nog anno 2012? En in welke vorm? Wat is de urgentie van de OS-werkzaamheden? Uit de discussie blijkt dat armoedevraagstukken in de toekomst alleen nog maar relevanter worden gezien hun samenhang met andere grote problemen zoals bijvoorbeeld de economische crisis en de klimaatcrisis. Deze ontwikkelingen houden zich niet langer aan landsgrenzen, kijk maar naar het migratievraagstuk of de Euro. De zoektocht naar alternatieve manieren van samenleven vraagt dus ook om een meer grensoverschrijdende, totale aanpak en strategie.  

Wat is er nodig?

Ten eerste is er in de sector een duidelijke behoefte aan een beweging van kennisoverdracht naar kennis-co-creatie. Kennis-co-creatie is een prachtige ambitie, maar tegelijkertijd ook behoorlijk weerbarstig. Het vraagt nogal wat van de betrokken partijen: een meer gelijkwaardige samenwerking (horizontaal, genetwerkt) en een ander type samenwerking (open, gelijkwaardig). Ook brengt het een nieuwe uitdaging met zich mee: hoe zorg je ervoor dat de opgedane kennis ook daadwerkelijk wordt ingezet? Daarnaast legt het spanningen bloot, want kennis staat gelijk aan macht. Wie in staat is de kennis te produceren, en/of te gebruiken, heeft per definitie een sterkere onderhandelingspositie. Tegelijkertijd leeft het besef dat er al heel veel kennis is, en dat het juist gaat om het verbinden van deze kennis, in plaats van het produceren van heel veel nieuwe kennis. Ten tweede kan de sector een viertal eigenschappen goed gebruiken. Een beetje meer trots, in plaats van telkens in de verdediging te schieten. Maar ook meer twijfel, zelfkritiek en nieuwsgierigheid zou de sector goed doen.  

Hoe pakken we dit aan?

Nu de term innovatie niet alleen maar technocratisch wordt benaderd, maar een bredere, sociale invulling heeft gekregen op Europees niveau, zie je dat er meer ruimte komt om op andere manieren te denken en te doen. Vooral verticaal georganiseerde organisaties zien zich voor een uitdaging gesteld: hoe kun je meer horizontaal opereren? Dit geldt wellicht ook voor het OS-bastion. De OS-sector moet daarom aan het roer gaan staan en de discussie wegbewegen van de nadruk op instrumenten, efficiëntie en effectiviteit; een koploper worden in een fundamentele waardendiscussie over een duurzame toekomst. Vragen die daarin een rol spelen zijn: in wat voor een samenleving willen we leven en hoe ziet duurzame groei er uit? De OS-sector heeft daar enorm veel kennis over die juist nu goed ingezet kan worden. De sector zou zich daarom meer kunnen profileren als een sector die innoveert en experimenteert met nieuwe vormen van samenleven en samenwerken. Ontwikkelingswerkers zijn immers experts als het gaat om complexe, wereldse vraagstukken.

Tot slot moeten we niet naar de politiek kijken voor nieuwe manieren om problemen te lijf te gaan; de politiek is in deze vooral volgend. Daarom heeft de OS-sector een sterkere lobby nodig richting de politiek in Den Haag. Want de overheid moet geïnspireerd raken om vooral op zoek te gaan naar hoe we problemen anders kunnen aanpakken, in plaats van simpele antwoorden te presenteren voor zeer complexe problemen. In de missie voor maatschappelijke vernieuwing vinden Kennisland en de OS-sector elkaar. We kunnen veel van elkaar leren en zoeken momenteel naar manieren om samen op te trekken. Deze KL Cocktail was daarvoor ontzettend inspirerend en we kijken uit naar een vervolg! 

Kijk op cocktail.kennisland.nl voor alle KL Cocktails

Deze tekst heeft een Creative Commons Naamsvermelding-licentie (CC BY) en is gekopieerd van de Kennisland-website. Ga voor de volledige versie met afbeeldingen, streamers en noten naar https://www.kl.nl/nieuws/four-innovators-win-e-200000-in-eusic-2018/

This text has a Creative Commons Attribution License (CC BY) and has been copied from the Kennisland website. For a full version with images, streamers and notes go to https://www.kl.nl/nieuws/four-innovators-win-e-200000-in-eusic-2018/