Manifest Sociale Innovatie

Sociale innovatie refereert aan nieuwe strategieën, concepten, ideeën en organisaties die een oplossing trachten te bieden voor grote maatschappelijke uitdagingen - van werkgelegenheid en educatie tot zorg, maatschappelijke betrokkenheid en milieuproblemen.

Download
Publicatie
26 juni 2012

Click here for a English version of the Manifesto (PDF)

Dit manifest staat ook op: socialeinnovatienederland.nl/over-sinn/manifest

Sociale innovatie refereert aan nieuwe strategieën, concepten, ideeën en organisaties die een oplossing trachten te bieden voor grote maatschappelijke uitdagingen – van werkgelegenheid en educatie tot zorg, maatschappelijke betrokkenheid en milieuproblemen. De huidige urgentie van sociale innovatie wordt gevoed door een netwerkgedreven paradigma van vernieuwing en creativiteit en zet in op de innovatiekracht van alle mensen in de samenleving vanuit welke maatschappelijke rol of functie dan ook. Het gaat erom deze mensen, die deel uitmaken van het bedrijfsleven, kennisinstellingen, overheid én sociale netwerken (civil society), met elkaar te verbinden. Zowel binnen als tussen deze maatschappelijke velden. ‘Horizontale’ innovatie dus, met een myriade aan actoren. Daarnaast ligt er een fundamenteel ander waardenstelsel ten grondslag aan sociale innovatie dan aan de innovatieagenda van de twintigste eeuw. Namelijk een waardenstelsel dat zich het best laat beschrijven als het streven naar een samenleving die in al haar facetten duurzaam en sociaal is.

De notie van sociale innovatie ontbreekt in het Nederlandse innovatiebeleid. Wij bepleiten een centrale rol voor sociale innovatie in de nieuwe regeerperiode en roepen politieke partijen op om onderstaande acties op te nemen in hun verkiezingsprogramma.

1. Neem maatschappelijke vraagstukken als basis voor innovatiebeleid

Kies voor urgente vraagstukken en zet slimme en creatieve oplossingen in voor maatschappelijke vernieuwing en een duurzame economie. Sluit aan op de Europese Grand Societal Challenges (aging population, climate change, food, water and energy supplies, creativity & education, active citizenship, translocal solidarity, balancing security & privacy). Breek met het sectorale denken en benut de aanwezige creativiteit in de samenleving. Gebruik de kracht van transdisciplinaire samenwerking en onverwachte combinaties. Zet in op nieuwe manieren van samenwerken, organiseren en op de ontwikkeling van open, duurzame en gedistribueerde technologie.

  • Zet een Top Innovatie- en Transitieprogramma op rond de genoemde maatschappelijke uitdagingen. Zet een substantieel deel van de aardgasbaten in voor dit ‘transitie’-fonds. Kies voor innovatie ‘buitenom’. Kies voor nieuwe modellen, aanpakken en instrumenten en plaats dit fonds onder Algemene Zaken.

2. Naar een circulaire economie

De focus op economische groei heeft niet automatisch geleid tot het oplossen van de grote maat- schappelijke vraagstukken (zie bijvoorbeeld het rapport BEPA 2011, Empowering people, driving change – Social Innovation in the EU). Sociale innovatie biedt een nieuwe kijk op wat van waarde is en daar hoort een nieuwe visie op de economie bij. Nederland moet versneld toe naar een circulaire economie waarbij de gehele keten van delving-gebruik-afval wordt betrokken bij het bepalen van kosten en opbrengsten.

De meetlat van macro-economisch denken en een groei-economie is geen antwoord op de huidige maatschappelijke uitdagingen. Juist het innovatiebeleid moet ingesleten systeemfouten trachten te doorbreken en ruimte bieden aan nieuwe modellen om zich te bewijzen.

  • Zet in op een Open Plan Bureau dat modellen ontwikkelt voor sociale innovatie, circulaire economie, translokale waardenontwikkeling en nieuwe vormen van eigenaarschap. Innoveer buiten de instituties om en creëer daarvoor een regelvrije zone: de Oranje Vrijstaat.
  • Ontwikkel nieuwe instrumenten, zoals Social Impact Bonds, waarbij besparingen in de toekomst worden meegenomen in het beoordelen van de impact van maatschappelijke innovatie.
  • Maak van Nederland dé plek waar de vrije beschikbaarheid en toegankelijkheid van rechtenvrije informatie en kennis gewaarborgd wordt, en ontwikkel Nederland tot toonaangevende markt- en vindplaats voor intellectueel eigendom ten behoeve van open innovatie.

3. Benut het innovatieve en creatieve potentieel van samenleving en sociaal ondernemerschap

Innovaties komen niet exclusief voort uit grotere bedrijven en de kennisinstellingen. ‘Horizontale’ innovatie wordt gedreven door internationaal en lokaal genetwerkte labs, bureaus en individuen voor wie inventie, valorisatie en toepassing kortcyclisch is. Zij zitten dicht op de eindgebruiker en kunnen door combinaties en kruisbestuiving (principes uit het ene domein toepassen in het andere domein) tot snelle innovaties komen. Gebruik instrumenten die de samenwerking tussen ontwikkelaars, eindgebruikers en ondernemers mogelijk maakt. Daag onconventionele partijen en consortia uit om te komen met intelligente ontwerpprocessen.

  • Her)introduceer de innovatievouchers waarmee kennis van MKB en ZZP’ers kan worden inge- huurd bij innovatievraagstukken. Experimenteer met het beproefde Digitale Pioniers-model: leg bij een aantal actoren de verantwoordelijkheid neer voor de verdeling en vraag hen publiek rekenschap te geven over besteding en resultaten.
  • Leg de verantwoordelijkheid voor de instrumenten bij de innovators zelf. Creëer spelregels die ervoor zorgen dat er serieuze peer-to-peer beoordeling plaatsvindt. Creëer experimenteerruimte voor crowdfunding- en crowdsourcingplatforms.
  • Zet in op translokale netwerken van innovatie: bied lokale gemeenschappen de mogelijkheid tot het inrichten van ‘living labs’, en zorg voor netwerken waarin kennis wordt uitgewisseld. Organiseer fondsen voor het opschalen van succesvolle toepassingen.

4. Overheid als opdrachtgever moet creatiever en socialer opereren

Multidisciplinaire samenwerkingsverbanden zijn essentieel bij het inspelen op hedendaagse, complexe maatschappelijke uitdagingen waar afzonderlijke disciplines geen volledig antwoord op kunnen geven. Dit vergt een andere rol van de overheid, die van procesarchitect, en een nieuw vertrouwen tussen instituties, bedrijven en burgers onderling. Het levert nieuwe vrijheden op, weg van procedures en efficiencynormen. Het vraagt om een actieve betrokkenheid van beleidsmakers en oprechte bereidheid om met anderen samen te werken.

  • Richt een ontwerplab voor overheidsbeleid op. Zorg dat alle systemen waar burgers verplicht aan moeten deelnemen (DigiD, elektronisch patiëntendossier, OV-chipkaart, e.d.) in dit ontwerplab worden ontwikkeld en getest vanuit het gebruikersperspectief. Zorg dat dit ontwerpproces publiek is en gebruikmaakt van Wisdom of Crowds-principes en nieuwe vormen van participatie. Benoem ‘liaison officers’ binnen de overheid en geef hen de (beleids)vrijheid om deel te nemen aan dit experiment. Zet dit op als een interdepartementaal, horizontaal lab dat alle ministeries doorkruist.
  • Zorg dat alle organisaties en instituties die gefinancierd worden door de overheid (overheids- instellingen, maar bijvoorbeeld ook scholen) sociale innovatie standaard hoog op de strategische beleidsagenda hebben staan en optimaal gebruikmaken van het potentieel van de professionals die er werken en de netwerken waar ze onderdeel van uitmaken.

5. De toekomst is ‘agile’

De innovatiecyclus wordt steeds sneller. Innovatie vindt plaats in een permanent iteratief proces waarbij de kern ligt in het co-creatieproces en het in gebruik nemen van nieuwe vindingen. Innovatieprogramma’s moeten inspelen op deze kort-cyclische dynamiek. Vervolgens moet het onderwijs worden voorbereid op dit iteratieve creatieve vermogen. We hebben zelfbewuste, gepassioneerde en moderne mensen met een creatieve geest nodig om de toekomst vorm te geven. De mate van aanpassing, flexibiliteit en denken buiten de gevestigde kaders is bepalend. Onderwijs speelt hierin een belangrijke rol, maar is nog onvoldoende ingericht op deze taak. Leg een verbinding tussen de creatieve en de technische vakken en zorg daarmee voor een grotere instroom in het bètaonderwijs.

  • Zorg voor een ‘art & technology’-curriculum in het lager en voortgezet onderwijs waarbij ont- werpen, programmeren en digitaal knutselen centraal staat. Bied jongeren de kans om zich de nieuwe kennis en kunde eigen te maken en ‘ICT-wijs’ te zijn. Laat hen werken aan echte vraagstukken en maak jongeren onderdeel van het innovatieve ecosysteem.
  • Naast PhD-programma’s moet ruimte komen voor PhDO-trajecten waarbij de praktijk centraal staat. Stel dit PhDO-programma voor practice-based en user-driven research open als (versneld) traject voor hbo’ers en ambachtslieden.
  • Zorg ervoor dat alle publieke professionals, maar ook studenten en leerlingen in het onderwijs getraind worden in co-creatie en iteratieve werkprocessen.

Waag Society

Marleen Stikker stikker@waag.org

Kennisland

Chris Sigaloff cs@kl.nl

Deze tekst heeft een Creative Commons Naamsvermelding-licentie (CC BY) en is gekopieerd van de Kennisland-website. Ga voor de volledige versie met afbeeldingen, streamers en noten naar https://www.kl.nl/publicaties/the-european-social-innovation-toolkit-2018/

This text has a Creative Commons Attribution License (CC BY) and has been copied from the Kennisland website. For a full version with images, streamers and notes go to https://www.kl.nl/publicaties/the-european-social-innovation-toolkit-2018/