BZK Beleidslab

Het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) wil experimenteren met nieuwe vormen van beleid maken en uitvoeren, om te komen tot innovatieve oplossingen voor taaie vraagstukken.


2014

Een groep jonge ambtenaren met pioniersgeest toog vorig jaar naar Kopenhagen, bezocht er Mindlab en kwam terug met een idee: ook het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) wil experimenteren met nieuwe vormen van beleid maken en uitvoeren, om zo te komen tot innovatieve oplossingen voor taaie vraagstukken. De motivatie om zelf het experiment aan te gaan is om de gewenste uitkomst van het beleid meer centraal te zetten: meer tevreden burgers en betere oplossingen voor maatschappelijke problemen, tegen mogelijk lagere kosten. De tools die daarvoor nodig zijn worden ontwikkeld in een lab. We experimenteren met andere aanpakken die leiden tot nieuwe ideeën en tot een aantal prototypen van oplossingen.

Kennisland heeft samen met BZK het Beleidslab opgezet om binnen (voorlopig) twee cases – kwaliteit van nieuwbouw en energiebesparing in de koopsector – tot nieuwe inzichten in de gebruikers, vraagstukken, aanpakken en oplossingen te komen. In deze twee labs zullen herkenbare elementen van bijvoorbeeld de Social Innovation Safari, SlimmerNetwerk en Kansen die Werken (vrouwenopvang) terugkomen.

Aanpak
De beide labs doorlopen een aantal fases. De exacte acties zijn per lab erg verschillend, vanwege de grote verschillen tussen de thema’s en daarmee de routes om tot nieuwe inzichten en oplossingen te komen. Er zijn wel een aantal overeenkomstige fasen:

  • Analyse. Verkenning van de bestaande kennis, van bestaande oplossingen en van de meest bewandelde paden.
  • Veldwerk. Interviews met betrokken sleutelpersonen, maar juist ook met minder voor de hand liggende experts (uit andere markten en expertisevelden) die nieuwe inzichten en een fris perspectief kunnen aanreiken.
  • Ideation. In een soort snelkookpansessie uitdenken van nieuwe oplossingen en benaderingen op basis van de inzichten uit het veldwerk.
  • Prototyping. Een eerste aanzet voor de daadwerkelijke realisatie van nieuwe oplossingen.

Lab: Energiebesparing in de koopsector

We begonnen aan dit lab met de stelling dat in de koopsector nog weinig energiebesparende maatregelen worden genomen. Maar ervaren mensen dit zelf ook als een probleem? En wat zijn andere (onorthodoxe) manieren om mensen aan te zetten tot het nemen van energiebesparende maatregelen? Dus, omdat we weten dat wat nu gebeurt niet werkt, willen we weten wat andere, wel werkende interventies en instrumenten kunnen zijn.

In de analysefase hebben we honderden pagina’s literatuur teruggebracht tot circa vijftig kaartjes met daarop de essentie uit de vele bronnen. Tijdens de analysesessie heeft het labteam een ruime hoeveelheid bronnen gebruikt om tot een analyse te komen van bestaande probleemdefinities en oplossingsrichtingen. Wat daarin opviel was dat veel van de geselecteerde literatuur inzoomt op gedrag en de beïnvloeding daarvan met instrumenten als ‘slimme meters’ of andere manieren om ‘energieconsumenten’ te benaderen (bijvoorbeeld, niet als individu, maar als groep). De literatuur liet ook zien dat gedragsverandering moeilijk is rond een ‘low interest’ thema als energiegebruik, en dat de mens zich niet zomaar laat veranderen (de ‘homo economicus bestaat niet’, perceptie dat maatregelen ‘gedoe’ zijn). De groep plaatste veel stemmen op deze invalshoeken en liet daarmee zien dit ook belangrijk te vinden.

Het werk van Daan Roosegaarde werd even aangestipt in de presentatie en dat wekte de interesse van enkele deelnemers. Roosegaarde bedacht een ‘slimme snelweg’. De kracht daarvan ligt niet in het creatieve idee alleen – oplichtende tekens op het wegdek – maar in de prikkel die het kan geven aan zowel ontwikkelaars (nu is bouwbedrijf Heijmans partner) als aan ‘snelwegconsumenten’. Niet door nieuw gedrag te willen stimuleren, maar door te focussen op bestaand gedrag: de snelweg doet het werk en zorgt daarmee voor meer veiligheid en efficiëntie. Denk ook aan de Amerikaanse Nest, de zelflerende thermostaat die in Apple-stores wordt verkocht.

De lastigheid met de term ‘snelwegconsumenten’ en ‘energieconsumenten’ is dat ‘consument’ een framing is die niet lijkt te kloppen. Je kunt je, zegt ook de literatuur, met dit thema beter niet richten op het gedrag, maar op de consumptiepatronen die ermee samenhangen. Hetzelfde geldt voor de ‘woonconsument’, die feitelijk nauwelijks een positie in die markt heeft (zie deze bron uit het lab over Kwaliteit nieuwbouw). De ‘woonconsument’ heeft in de praktijk weinig invloed op de markt.

Op basis van deze analyse kwam het team tot een nieuwe versie van de vraagstelling. Hoe speel je bij het stimuleren van energiebesparend gedrag in op bestaande gedragingen, en welke rol kan BZK daarin hebben? Dat is de vraag waarmee het veldwerk start, te beginnen bij een uitgebreid bewonersnetwerk in Haarlem.

Lab: Kwaliteit Nieuwbouw

Dit lab startte met de vraag “welke instrumenten zijn er (of zijn er niet) die een woonconsument nodig heeft om een gefundeerde keuze voor aankoop van een nieuwbouwwoning te maken?” Tijdens de eerste, open brainstormsessie hebben we de vraag aangescherpt tot “welke instrumenten zijn er (of zijn er niet) die een woonconsument nodig heeft om gedurende het hele proces van aankoop tot een jaar na oplevering goede bouwkwaliteit af te kunnen dwingen?”

De literatuur zette het labteam op het spoor van een hele reeks verwante problemen en (potentiële) oplossingen. Interessant is de constatering dat veel daarvan zich nadrukkelijk begeven in de sfeer van het systeem en de wet- en regelgeving. Vooral het gegeven dat bouwkwaliteit een lastig begrip is, kreeg prioriteit van het team. Dat is interessant, omdat dat punt in de literatuur juist veel minder aandacht krijgt – met name daar waar het gaat om kwaliteitsperceptie. Het is echter wél een belangrijk aanknopingspunt voor de volgende stappen in het lab, waarin we de vraag verder gaan reframen en herformuleren. Daarbij zoeken we naar de vragen en veronderstellingen achter de hoofdvraag. Een lab moet immers uitdagen om op frisse, onorthodoxe en ongebruikelijke manieren naar een vraagstuk te kijken.

Het veldwerk van dit lab organiseren we in 4 ‘ringen’:

Tot de zomer zijn beide labteams actief met het veldwerk en de ideation. We gaan daarna nog kort aan de slag met prototyping, maar zullen die fase niet uitgebreid doorlopen. Wellicht krijgen de labs na de zomer een breder vervolg.