Terechte schrikreactie om systematisch afluisteren?

13 juni 2013

Het is waarschijnlijk niemand ontgaan dat de Amerikaanse National Security Administration (NSA) ons ‘buitenlanders’ systematisch afluistert met het PRISM-programma. De centrale figuur in dit verhaal is de 29-jarige Edward Snowden. Hij zou een jaarsalaris van 2 ton en zijn carrière bij de CIA hebben opgegeven om de wereld hierover te verwittigen. Dat maakt hem een held voor sommigen en een gezochte crimineel voor anderen. Maar het opent in ieder geval het debat over de toegang die de Amerikaanse overheid zich verschaft tot onze privégegevens. Dit artikel in de Economist verwoordt enkele vragen die het oproept. Is onze schrikreactie terecht? Waarvoor zijn we eigenlijk bang? Enkele passages:

“Let’s get the most contentious point out of the way first: Edward Snowden made the right call to make public the extent of the National Security Administration's surveillance of electronic communications. The American people can now have a debate about whether or not they consent to that level of surveillance in order to prevent terrorist attacks, a debate that we were previously denied by the government's unwillingness to disclose even the broad outlines of what the NSA was doing.” 

Dit raakt wat mij betreft aan de kern van het verhaal. Het wordt tijd voor een transparant debat, dus het is goed dat deze zaken nu aan het licht zijn gekomen. Maar is onze schrikreactie nu terecht? Nee, zegt ook het artikel: 

“Google's servers have been reading the content of Gmail users' e-mails since the service debuted, in order to serve up user-appropriate advertising and to block spam. Microsoft, Yahoo and all the other major search and e-mail providers do more or less the same thing. If you've watched a YouTube video about barbecue grilling techniques and then you write an e-mail to friends inviting them over for burgers, you should not, in this day and age, be surprised to see an ad for a Fire Magic Aurora 660s portable gas grill pop up in your browser. Google knows what you've been viewing and writing on the internet, and it is happy to sell this knowledge to third-party companies that are looking for consumers like you.”

Met andere woorden: de overheid bespiedt ons niet, dat doet Google – met onze toestemming. Daar kun je tegen zijn, maar niemand verplicht je deze dienst te gebruiken. Zoals het met alle producten en diensten gaat: door ze te gebruiken ga je akkoord met de voorwaarden. Maar betekent dat dan dat Google deze informatie óók mag delen met overheden, wanneer het daarom gevraagd wordt?

“This is not a facile question. Many things are legal for private parties but not for the government; maybe this should be one of those things. […] And efforts to preserve user anonymity based on demanding consent generally don't work. People usually end up clicking "yes" at some point for something, meaning any privacy guarantees become purely theoretical and functionally irrelevant.” 

Daar ben ik het bijna helemaal mee eens. Het feit dat dit nieuws nu op straat ligt, dankzij Snowden, is in ons voordeel omdat we er nu nog eens van doordrongen worden dat we toestemming geven voor acties met mogelijk vérstrekkende gevolgen. En het opent het debat over overheidshandelen – want hun is nooit toestemming gegeven om onze data te bekijken. Maar het ontwijkt een in mijn optiek belangrijke factor: handelingsbekwaamheid van internetters. Dat klinkt heel juridisch en dat is het eigenlijk ook: iemand moet de gevolgen van een overeenkomst goed kunnen inschatten, en juist over die gevolgen wordt vaak lichtzinnig gedaan. De stelling ”People usually end up clicking ‘yes’” wordt misschien ingegeven door de praktijk, maar juist dít debat kan ertoe leiden dat mensen beter leren omgaan met de gereedschappen op internet. Het artikel zegt verder:

“We need to think coherently about what we find scary here. The problem isn't so much that we haven't set up a legal architecture to preserve our online privacy from the government; it's that we haven't set up a legal architecture to preserve our online privacy from anyone at all. If we don't have laws and regulations that create meaningful zones of online privacy from corporations, the attempt to create online privacy from the government will be an absurdity."

“Meaningful zones of online privacy” – alsof het een gegeven is. Volgens mij opent deze rel een noodzakelijk debat over wat ‘meaningful’ dan wel is. Snowden is daarmee voor mij een regelrechte held.


Thijs van Exel