De gegoede wijken van de participatiesamenleving

17 januari 2014

Justus Uitermark, bijzonder hoogleraar Samenlevingsopbouw aan de Erasmus Universiteit, wil het ‘vruchtbaar institutioneel weefsel’ van buurten ontleden. Het klinkt wat onsmakelijk, maar het kon wel eens interessante kennis opleveren. Hij verwacht dat zelforganiserend vermogen ongelijk verdeeld is over Nederland, maar op een andere manier dan we waarschijnlijk verwachten. Ik wil daar nog een aanvullende verwachting naast zetten.

In zijn op 10 januari uitgesproken oratie ‘Verlangen naar Wikitopia’ verraadt Uitermark zijn sociaalgeografische roots. Hij heeft zich tot doel gesteld om “de veranderende geografie van burgerschap letterlijk in kaart te brengen”. Op die manier hoopt hij antwoorden te vinden op de vraag waarom het zelforganiserend vermogen (van burgers) in bepaalde gebieden hoger is dan in andere.

Daarbij ziet hij in eerder, door anderen verricht onderzoek voldoende aanleiding om aan te nemen dat de bevolkingssamenstelling tegen de algemene verwachting in niet de beslissende factor is. Wijken met veel lager opgeleiden of veel mensen met een laag inkomen zijn niet zonder meer wijken waar weinig zelforganiserend vermogen bestaat. Van veel grotere betekenis is de aanwezigheid van bestaande, krachtige buurtnetwerken, verenigingen en bewonersorganisaties. Die zijn meestal een relikwie uit perioden van activisme of gericht beleid uit het verleden. Daarom is Uitermarks stelling richting de Nederlandse participatiepolitiek:

“Energieke en creatieve initiatiefnemers maken het verschil maar mensen ontpoppen zich sneller tot initiatiefnemer en hebben een grotere kans op succes waar zich een vruchtbaar institutioneel weefsel heeft ontwikkeld.”

Het digitale vergrootglas

Het klinkt allemaal aannemelijk. Zeker zolang burgerinitiatieven worden gezien als activiteiten die alleen plaatselijk relevant zijn. Maar daar kunnen twee vraagtekens bij worden gezet. Allereerst, burgerinitiatieven vinden op allerlei schaalniveaus plaats, van straatniveau tot supranationaal. In de (politieke) aandacht voor de ‘participatiesamenleving’ zit echter de inherente neiging om hoofdzakelijk aan lokale burgerinitiatieven te refereren. De overheid bezuinigt immers niet alleen, maar decentraliseert ook allerlei taken. In de aandacht voor burgerinitiatieven gaat het al snel om die gedecentraliseerde en afgestoten taken. Burgerinitiatieven op hoger schaalniveau blijven daarbij buiten beschouwing, en dat lijkt in de verwachting van Uitermark ook het geval.

Ten tweede, er zijn steeds meer digitale instrumenten beschikbaar voor het opzetten en realiseren van burgerinitiatieven. De digitale dimensie haalt Uitermark wel aan in verwijzingen naar Wikipedia, maar niet in verband met de geografie van burgerschap. Dat is jammer, want de digitale technologie werkt als een vergrootglas waarmee lokale initiatieven zichzelf in potentie zichtbaar kunnen maken op mondiale schaal.

Voor je Buurt

Crowdfundingplatform Voor je Buurt is een voorbeeld van zo’n instrument. De initiatieven op Voor je buurt zijn stuk voor stuk lokale burgerinitiatieven die voor opzet, organisatie, draagvlak en uitvoering over de grenzen van de eigen buurt of wijk heen kijken. Initiatiefnemers kunnen via Voor je Buurt hun buurtinitiatief onder de aandacht brengen, financiële bijdragen verzamelen, maar ook nieuwe vrijwilligers werven.

Voor je Buurt is daarmee tevens een digitale tool om nieuwe community’s te bouwen rondom buurtinitiatieven. En dat werkt. Met de kanttekening dat de hoeveelheid data nog niet heel groot is, constateren we dat initiatiefnemers hun financiële support en handjes in de eerste plaats in de eigen sociale netwerken werven. Dat zijn vaak buurtgenoten, maar zeker niet uitsluitend. Ook werkkring, bestaande online community’s en andere niet aan de buurt gebonden sociale verbanden worden – met meer of minder succes – betrokken bij het initiatief. In Witmarsum ‘verzamelden’ de initiatiefnemers van de lokale triatlon bijvoorbeeld via hun online campagne een designer, programmeur, masseurs, fysiotherapeuten, fotografen en een cameraman. En de Buurtcamping in Amsterdam-Oost kreeg van ver buiten Amsterdam bijval. Zo veel zelfs, dat de lokale organisatie de verre supporters vooral aanraadde om in hun eigen gemeente een buurtcamping op te starten.

Nieuwe gegoede wijken van de participatiesamenleving

De bestaande lokale netwerkverbanden zijn dus wel belangrijk, maar de online presentie maakt het eenvoudiger en aantrekkelijker om voor een interessant lokaal initiatief in een grote pool van potentiële supporters en medewerkers te vissen en nieuwe tijdelijke of meer permanente verbanden op te bouwen.

Mijn verwachting is dan ook dat de digitale infrastructuur een onmiskenbare invloed gaat hebben op verschillen in lokaal zelforganiserend vermogen en tot versnelde opbouw of juist afbraak van het ‘vruchtbaar institutioneel weefsel’ kan leiden. Gegoede buurten van de participatiesamenleving hoeven niet per se de plekken met de hoogste breedbandpenetratie te zijn. Zeker is dat ook voor buurten met historisch zwakke interne netwerkverbanden de weg open ligt naar een sterk zelforganiserend vermogen.

 

Deze tekst heeft een Creative Commons Naamsvermelding-licentie (CC BY) en is gekopieerd van de Kennisland-website. Ga voor de volledige versie met afbeeldingen, streamers en noten naar https://www.kl.nl/opinie/informatiestress-vijand-van-denkruimte-inzichten-van-een-informatieverslaafde/

This text has a Creative Commons Attribution License (CC BY) and has been copied from the Kennisland website. For a full version with images, streamers and notes go to https://www.kl.nl/opinie/informatiestress-vijand-van-denkruimte-inzichten-van-een-informatieverslaafde/