Leren van experimenteren in het beroepsonderwijs

23 maart 2017

De kennissamenleving draait voor een belangrijk deel op het lerend vermogen en de slimme innovaties van het MKB++MKBBekijk ook het CBS-rapport ‘De rol van het midden- en kleinbedrijf in de Nederlandse economie’.. Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is de belangrijkste kweekvijver voor vakmensen in het MKB. Om de aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven te verbeteren subsidieert de overheid experimenten van publiek-private samenwerking in het mbo waar we nog veel van kunnen leren. Maar doen we dat ook?

Veel innovatie in het onderwijs is gericht op een betere aansluiting op de arbeidsmarkt. Ook de beleidsmaatregelen van de overheid zijn daarop gericht. Het doel: een flexibel en responsief onderwijssysteem; competentiegericht en met focus op vakmanschap. Al zo’n 25 jaar is het beleid om de overheidsbekostiging van instituties af te bouwen, met publiek-private samenwerking als toverwoord. Samenwerking en innovatie worden aangejaagd door middel van ‘schoonheidswedstrijden’, waarin de beste voorstellen kunnen rekenen op een flinke zak geld.

Zo’n gewonnen tender levert een prachtig affiche op. Scholen, lokale bedrijven, sectoren, regionale overheden en ministeries plukken daar de vruchten van en pronken graag met het succes. Zo zijn al een aantal mooie pareltjes van regionale samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven++Samenwerking onderwijs en bedrijfslevenZie bijvoorbeeld House of Logistics, Zorgboulevard Roosendaal of deze kaart met alle centra voor innovatief vakmanschap in Nederland. ontstaan. Voor de innovatieve en klantgerichte beroepsopleidingen die hieruit voortkomen is veel media-aandacht. Dat is winst voor een type onderwijs waarin veel moois gebeurt, maar dat te vaak wordt vergeten.

Leren op systeemniveau kan veel beter

Helaas moeten we na jaren experimenteren ook concluderen dat we in al die tijd een belangrijke opbrengst missen. Want waar de student, opleiding, school, bedrijf of regio ongetwijfeld veel heeft geleerd, zijn we op systeemniveau niet veel wijzer geworden. Waarom is het ene experiment een succes, terwijl de samenwerking ergens anders voortijdig wordt beëindigd? Wat zijn succes- en faalfactoren van regionale samenwerking? Welke onderscheidende kenmerken maken het verschil? Kortom, wat hebben we op systeemniveau geleerdWaar de student, opleiding, school, bedrijf of regio ongetwijfeld veel heeft geleerd, zijn we op systeemniveau niet veel wijzer geworden. van al dat experimenteren?

Maatschappelijk belang onder tapijt

Ondanks alle pleidooien van de afgelopen jaren voor een kennissamenleving, een leven lang leren en lerende organisaties, is er maar weinig aandacht voor de opbrengsten van deze experimenten. Hoe weet de overheid of het ingezette beleid daadwerkelijk heeft bereikt wat werd beoogd?Hoe weet de overheid of het ingezette beleid daadwerkelijk heeft bereikt wat werd beoogd? Beleid wordt toch niet gemaakt voor louter promotionele doeleinden? Beleidsevaluatie is logischerwijs niet de hoofdzorg voor beleidsmakers en deelnemende partijen, maar dat ligt anders voor de maatschappij als geheel. Wanneer opbrengsten van experimenten alleen nog maar ten goede komen aan direct betrokkenen, wordt het belang van de belastingbetaler en de maatschappij onder het tapijt geveegd. Het experiment is immers aangegaan vanuit de belofte op waardevolle input voor beleidsinnovatie en beoogt daarmee een opbrengst groter dan de effecten voor de direct betrokkenen alleen.

Overheid als facilitator van leren in plaats van suikeroom

De bezuinigingen op de kennisinfrastructuur van het beroepsonderwijs van de afgelopen jaren hebben tot gevolg dat er steeds minder onderzoek wordt gedaan naar de effecten van (beleids)experimenten. Dit staat een lerende cultuur van het stelsel in de weg. Daarom moeten overheid, beroepsonderwijs en het georganiseerd bedrijfsleven de handen ineenslaan om van onze kennissamenleving ook een lerende economie te maken.

De overheid onderkent met haar beleid gericht op experimenten de noodzaak tot leren, maar vergeet daarbij te investeren in een feedbackloopDe overheid onderkent met haar beleid gericht op experimenten de noodzaak tot leren, maar vergeet daarbij te investeren in een feedbackloop. waardoor beleid kan worden bijgesteld op basis van de opbrengsten van het experiment. Deze is noodzakelijk om tot zinvolle beleidsinnovatie te komen. De klassieke achteraf-evaluatie volstaat niet. Juist nu de centrale overheid bij wijze van experiment steeds meer gelden decentraal in de regio investeert, kunnen we er niet omheen leren op systeemniveau te organiseren. In een wereld waarin steeds minder overeenstemming is over waarden en feiten, hebben overheid en maatschappij belang bij een lerende aanpak waarbij de overheid een facilitator van leren is in plaats van een suikeroom.

 

Bram Loog is werkzaam bij de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) en schrijft deze column op persoonlijke titel.