Onderwijsvernieuwing: meeklappen of meedoen?

    21 november 2013

    Vorige week was ik in de Rode Hoed voor een lezing van Alfie Kohn, een populaire Amerikaanse onderwijsdeskundige. Kohn is niet alleen een begaafd spreker maar is ook in staat een inhoudelijk sterk verhaal neer te zetten. Toch verliet ik de zaal met een knagend gevoel. Werd wel het maximale uit deze avond gehaald? 

    Alfie Kohn is geen onbekende in onderwijsland. Met zijn boeken over onderwijs, menselijk gedrag en opvoeding wordt hij gezien als een van de meest uitgesproken criticasters van het Amerikaanse onderwijssysteem, dat grotendeels is gebaseerd op testen, toetsen en cijfers. Ook de plannen van ons kabinet worden door Kohn bekritiseerd. In de Groene Amsterdammer van 17 oktober noemde hij het Nederlandse onderwijsbeleid, met een focus op excelleren, achterstanden wegwerken en toptalent stimuleren, ’moreel abject’.

    Minder toetsen, minder instrumentele beloning en minder huiswerk

    Tijdens de lezing zet Kohn op eloquente wijze zijn visie uiteen. Met aansprekende voorbeelden neemt hij het publiek mee in zijn ideeën over beter onderwijs. Ik kan me, net als de meeste aanwezigen, grotendeels vinden in Kohns theorieën. Hij pleit voor minder toetsen, minder instrumentele beloning (bijvoorbeeld stickers bij goed gedrag) en minder huiswerk. Wanneer je kinderen zelf laat ontdekken wat ze willen leren en wanneer hun eigen vragen centraal staan, ontstaat intrinsiek gemotiveerde deep learning. Je leert kinderen hierdoor hoe ze kunnen leren, in plaats van wat ze moeten leren om een goed cijfer te halen. “What comes first: the schedule or the learning?” vraagt Kohn retorisch.

    Discussie ontbreekt

    Tot zover klare taal. Maar ook nog niks nieuws onder de zon. Dit gevoel krijg ik althans als ik let op de reacties van de aanwezigen in de zaal. Ruim anderhalf uur wordt er geklapt bij iedere anekdote en bij ieder punt dat Kohn maakt. Het lijkt wel alsof het publiek iedere climax ziet aankomen. Dit is goed te begrijpen; je hoopt immers ook dat je lievelingsnummer tijdens een concert wordt gespeeld. Tegelijkertijd vraag ik me af wat de waarde is van een bijeenkomst als bijna alle aanwezigen bij voorbaat het verhaal al lijken te kennen.

    Interessanter wordt het als aan het eind van de sessie een driekoppig panel plaatsneemt op het podium. Ik ben benieuwd naar hun reacties op Kohns betoog. Helaas lijkt dit panel al net zo exemplarisch te zijn als het aanwezige publiek. Ik zie drie bekende gezichten in de kringen rondom onderwijsvernieuwing die zich allemaal kunnen identificeren met Kohns denkbeelden. Mijn vermoeden wordt bevestigd wanneer er vrijwel geen kritische vragen aan Kohns adres worden gesteld.

    Wat mij betreft is dit een gemiste kans. Wanneer de meeste aanwezigen de inhoud van een verhaal bij voorbaat al accepteren en hier niet over in discussie gaan, blijft er weinig ruimte over om van elkaar te leren. Dat contact met andersdenkenden een belangrijke voorwaarde is voor goed leren, blijkt bijvoorbeeld uit dit recente proefschrift . Ik had het daarom sterker gevonden als er drie kritische docenten of schoolleiders in het panel hadden plaatsgenomen in plaats van drie voorlopers op het gebied van onderwijsinnovatie. Juist hun ervaringen met de vaak weerbarstige dagelijkse praktijk zouden de utopische toekomstschets van Kohn in de Nederlandse context hebben geplaatst. Hierdoor wordt de discussie verrijkt en recht gedaan aan de belangrijke vraag die nu onbeantwoord bleef: hoe kunnen we Kohns adviezen toepassen in het Nederlandse onderwijssysteem, waarin toetsing, cijfers en het meten van de onderwijskwaliteit net als in de Verenigde Staten een grote rol spelen?

    Pessimisme als interventie

    Op de fiets naar huis, moet ik denken aan een recent opiniestuk van mijn collega Marlieke. Hierin geeft zij aan dat het innovatieveld vooral ruimte biedt aan optimisme. “Men applaudisseert voor best practices, maar laat weinig ruimte voor pessimisme.” Pessimisme staat hier los van negativiteit; het levert juist feedback op. Pessimisme laat mensen namelijk op een constructieve manier opnieuw diep nadenken over (maatschappelijke) vraagstukken en voorkomt hiermee tunnelvisie door een louter positief geschetst beeld. 

    Spijtig genoeg is dat precies wat ik vanavond heb gezien. Het is een misser om alleen een podium te bieden aan medestanders en niet aan critici. De beste vernieuwers zouden juist hun eigen kritiek moeten organiseren om scherp te blijven en hun inhoudelijke verhaal te toetsen aan de realiteit. Combineer dat met een flinke dosis charisma en ik ben de eerste die meeklapt. 


    Jos van Kuik

    Deze tekst heeft een Creative Commons Naamsvermelding-licentie (CC BY) en is gekopieerd van de Kennisland-website. Ga voor de volledige versie met afbeeldingen, streamers en noten naar https://www.kl.nl/opinie/intuitie-als-hoofdingredient-voor-onderwijsvernieuwing/

    This text has a Creative Commons Attribution License (CC BY) and has been copied from the Kennisland website. For a full version with images, streamers and notes go to https://www.kl.nl/opinie/intuitie-als-hoofdingredient-voor-onderwijsvernieuwing/