Waar maakt de leraar het verschil in de Lerarenagenda?

21 november 2013

In ‘De lerarenagenda 2013-2020: de leraar maakt het verschil’, hét document voor het lerarenbeleid van de komende periode, staat veel over ontwikkelingskansen voor leraren. Het wordt helaas niet duidelijk waar de leraar dan precies het grote verschil maakt. Dat is extra opvallend aangezien eerdere beleidsrapporten zoals dat van Jeroen Dijsselbloem en Rinnooy Kan als belangrijk punt hadden dat leraren juist meer betrokken moesten worden bij onderwijsontwikkeling en -vernieuwing. Wat is er nodig om de leraar echt het verschil te laten maken?   

Rol van de leraar dichtgetimmerd

Het verschil maken zou immers impliceren dat de leraar een centrale rol krijgt in de ontwikkeling van het onderwijs én bij de ontwikkeling van de schoolorganisatie. Een duidelijke visie op de creatieve rol van leraren bij het ontwikkelen van het onderwijs en de school van 2020 en vooral hoe dit ondersteund zou kunnen worden, mist in de Lerarenagenda. Het leeuwendeel van de agenda leest vooral als een aanbodsgerichte aanpak waarbij leraren ruimschoots de kans krijgen om zich professioneel te ontwikkelen naar de eisen, wensen en maatstaven van het bestaande systeem (lees: OCW, instituten en schoolbesturen). Van de professie ‘leraar’ worden de kaders en inhoud duidelijk vastgesteld door bijvoorbeeld selectie-eisen, kennisbasissen en door expertcommissies geagendeerde trends. Wat een goede leraar is, wat een goede school is en wat goed onderwijs is lijkt hiermee bij voorbaat dichtgetimmerd. Nu hoeven de huidige leraren zich alleen nog optimaal aan te passen. Nieuw talent hoeft alleen nog volwaardig in te stromen, of te zij-instromen. Hoe hoger de eisen aan de poort en hoe veeleisender die professionalisering en instroom geregeld wordt, hoe meer status en kwaliteit van het beroep. Althans, dat lijkt de redenering van OCW. 

Foto: Michiel1972 (CC BY-SA)

Meer ruimte nodig voor creativiteit en eigenaarschap

Het is maar de vraag of je met een dergelijk geoptimaliseerd wasstraat-model (ga er doorheen en je bent een blinkende leraar) de juiste talentvolle mensen aantrekt, of je er goede schoolorganisaties van krijgt en of goed onderwijs in 2020 de uitkomst is. Want talentvolle mensen willen ruimte voor creativiteit en eigenaarschap, niet alleen optimaal ‘gevormd’ worden. Schoolorganisaties die continu moeten anticiperen op het complexe vraagstuk dat onderwijs is, moeten niet alleen continu ‘lerend’ zijn om aan de basiseisen te voldoen, maar ook permanent vernieuwend kunnen zijn. Goed onderwijs kan niet bestaan uit alleen een solide kennisbasis en afgebakende methodes, er moet veel ruimte zijn om creatief en snel nieuwe oplossingen te verzinnen en toe te passen. Dat vereist veel meer dan ‘bevoegd’ en ‘bekwaam’ zijn binnen het huidige systeem. Er is een nieuwe visie nodig op het beroep van leraar in samenhang met de schoolorganisatie anno 2020.

Perfect uitgevoerd ‘Vader Jacob’ op de blokfluit

Het is een terechte ambitie van de Lerarenagenda om het beroep een sprong te helpen maken in status, aantrekkelijkheid en toekomstbestendigheid. De leraar is inderdaad de cruciale spil in het onderwijs van de toekomst. Maar wordt er nu een infrastructuur opgebouwd die zoals een traditionele muziekschool de leerlingen optimaal van blokfluitlessen voorziet of bouwen we aan een state-of-the-art muziekstudio waar muzikanten elke dag werken aan briljante nieuwe nummers? Want we begrijpen allemaal dat in die laatste omgeving het verschil gemaakt wordt en in die eerste de talenten het snel voor gezien houden. We weten ook dat mogen jammen in een studio meer status oplevert dan het perfect naspelen van ‘Vader Jacob’. In een studio wordt muziek gemaakt die mensen nu willen horen, en het huidige onderwijs klinkt toch meer als een eindeloze herhaling van ‘Vader Jacob’ op de blokfluit, al dan niet perfect uitgevoerd. 

Foto: MartijnL (CC BY-SA)

Laat leraren creatief eigenaar zijn

Wat wel zou helpen? Leg vanuit het lerarenbeleid de verantwoordelijkheid voor onderwijsontwikkeling en schoolontwikkeling expliciet en principieel bij de leraar neer. En ondersteun de beroepsgroep daarin ruimschoots door de juiste faciliteiten te bieden. Laat die ambitie doorklinken in de middelen die direct ter beschikking komen voor leraren en organisatieontwikkeling, maar ook bij de inspectie, bij de lerarenopleidingen en bij professionaliseringsprogramma’s. Daag scholen en besturen uit om een visie ontwikkelen op hoe hun personeel als cruciaal kapitaal van de onderwijsorganisatie betrokken kan worden in een rol als creatief eigenaar. Richt bijvoorbeeld een fonds op dat direct ter beschikking komt voor leraren om aan kleine innovaties op scholen te werken. Opdat creatieve professionals elke dag kunnen vernieuwen in de praktijk. Een beroepsgroep die creatief eigenaar is van het werk dat ze doet zal meer status opleveren dan een zware selectie en een studiebeurs. Zo’n positionering van het beroep kan werkelijk de weg bereiden voor een nieuwe generatie ambitieuze leraren. 

Als huidige en toekomstige leraren zich alleen mogen voegen naar het systeem en alleen mogen ‘leren’ hoe ze daarbinnen optimaal functioneren, dan worden ze als professional impliciet ‘klein’ gehouden. Een school kan dan nooit echt een vernieuwende en lerende organisatie worden. Het systeem zoals het al decennia lang functioneert en dat inherent achter de feiten aanloopt, blijft dan in stand. Dat zullen leraren en schoolorganisaties op deze manier en met deze Lerarenagenda dan ook blijven doen. 


Kimon Moerbeek