Verwondering koesteren

13 juli 2017

Kennisland heeft ambitieuze plannen in de zorg. Eerder is gezegd dat dit een voor ons nieuw domein is. Dat is niet voor het eerst: we hebben eerder eerste stappen in domeinen gezet. In het betreden van nieuw gebied is een patroon te ontdekken: we begonnen met een stevige stellingname (‘dingen moeten en kunnen anders en wij willen laten zien hoe’) en verwierven ons met woord en schrift een plek in de wereld waar we vernieuwing wilden brengen. Niet zelden waren we in eerste instantie een vreemde eend in de (onderwijs-, sociale innovatie- of cultuur-) bijt. En vaak bleek dat de plek te zijn die ons uitzicht en overzicht gaf over een nieuwe wereld. Er eenmaal middenin word je zelf al snel één van de velen.

In die zin zijn de overeenkomsten tussen onze eerste stappen in de zorg en die in het onderwijs of sociale innovatie treffend. We zijn ons nu echter bewuster van onze positie en weten beter wat we moeten koesteren aan onze rol van relatieve buitenstaander. Ik leg uit wat ik bedoel aan de hand van een optreden in een zaal op de Waardigheid en Trots Congresdagen (3 en 4 juli).

Waardigheid en Trots is de naam van de grootste landelijke beweging in de verpleeghuiszorg. Een groot deel van die sector is aangesloten en in verschillende geledingen aanwezig op het congres. De tweede dag (meer gericht op staf, bestuur, beleidsmakers en toezichthouders dan op professionals) had ik een uur om een gesprek te voeren over onze ambities en plannen. Op basis van de titel van mijn sessie (‘Zorg voor later? Drie manieren om de zorg van buiten naar binnen en van binnenuit te vernieuwen’) zat de zaal vol – waren mensen nieuwsgierig of ging er een zekere dreiging van de titel uit?

Ik voelde me enigszins in het hol van de leeuw: wie ben ik om te komen vertellen hoe je de zorg – hún zorg – zou moeten vernieuwen?Ik voelde me enigszins in het hol van de leeuw: wie ben ik om te komen vertellen hoe je de zorg – hún zorg – zou moeten vernieuwen? En van buitenaf? Zijn wij hierbinnen niet goed genoeg? Me bewust van deze precaire toestand besloot ik mijn verhaal op te bouwen vanuit een nieuwsgierigheid waarvan ik hoopte dat de zaal deze met me zou delen. Hoe willen we eigenlijk oud worden? En hoe goed weten we dat van anderen, mensen buiten ons blikveld, die nog (lang) niet oud zijn? Hoe moet de zorg er voor deze groep in, pakweg, 2030 of 2040 uitzien? Complexe vragen die je niet kunt beantwoorden door louter naar binnen te kijken, door te werken aan verbeteringen van het huidige systeem. Om antwoorden te vinden moet je anders kijken. Ik merkte dat sommige deelnemers wat meer voorover gingen zitten.

Er blijkt behoefte aan ‘anders kijken’ en dit zijn drie redenen daarvoor (niet uitputtend):

  1. pasklare antwoorden op de vragen zijn er niet, maar het vergezicht boeit wel want dat gaat ook over ‘ons’;
  2. niemand heeft nog de regie over een beweging naar de zorg van de toekomst, dus is het prettig als daar verantwoordelijkheid over wordt genomen;
  3. het mantra ‘de cliënt centraal’++Zonder context geen bewijsHet recent verschenen RVS-rapport ‘Zonder context geen bewijs‘ zou een stevig argument moeten zijn voor de sector om zich meer op mensen te gaan richten. is inmiddels zo platgetreden dat ik me kan voorstellen dat het fijn is als het over het ‘hoe dan’ kan gaan.

Het gaat te ver om hier uit te wijden over deze drie (ik denk voor zich sprekende) argumenten, maar ze onderstrepen alle de waarde van onze rol als buitenstaander. Anders kijken is namelijk iets wat je uitsluitend kan als je nog niet ingevoerd, nog geen onderdeel bent van het systeem. Dat is geenszins een verwijt, maar de normaalste zaak van de wereld. Iedereen kent de situatie van een nieuwe collega die, nog vol kritische verwondering en naïviteit, de illusie koestert dat hij echt zaken kan gaan veranderen. En de oudgedienden gunnen hem die frisse moed. Totdat, je kunt erop wachten, de illusie plaatsmaakt voor desillusie (wat niet verward moet worden met ontevredenheid want de ruime meerderheid van instituten zit vól met mensen die het een mensenleven lang volhouden – het is de norm!).

Je kunt, eenmaal in het systeem, die waardevolle, kritische, frisse blik van buiten niet lang volhouden. Daar zijn systemen niet op ontworpen; elk systeem is perfect ontworpen om de resultaten te genereren die het op dit moment genereert.++Stelling van Ronald Heifetz Dit is een stelling van Ronald Heifetz, hoogleraar aan Harvard. Hier staat een recensie van het boek The Practice of Adaptive Leadership waar de stelling in wordt uitgewerkt. Hier vind je een link naar een PPT-presentatie van Harvard waarin het aan bod komt. En daar zit hem de waarde van het buitenstaandersperspectief dat Kennisland over de jaren heeft leren koesteren. Een groot goed, dat we moeten beschermen om scherp, kritisch en vol verwondering te blijven.