Je teamlid de bak in:
een maatschappelijk vraagstuk van 9 tot 5?

20 maart 2015

Deze blogpost is geschreven in het project ‘Generation/D: Social Lab Dordrecht’. Hoe is het om ‘jong te zijn in Dordrecht’, en hoe kan het beter? Door middel van de methode Feed Forward (ontwikkeld in het labproject Beter Oud in Amsteldorp) vormt een team van jongeren, ambtenaren en welzijnsorganisaties zes maanden lang een tijdelijk onderzoeksjournalistenbureau. Met antropologisch veldwerk haalt het labteam verhalen op van jongeren in Dordrecht en publiceren die op een blog, om vervolgens actie te ondernemen in de stad. Klinkt interessant, zo’n lab. Maar hoe gaat het er écht aan toe? Hieronder Marliekes blogpost over Rachel, haar labteamlid die deze week bijna in de gevangenis belandde.

Vorige week dreigde Rachel (22), labteamlid++RachelWil je weten wie Rachel is? Haar verhaal is opgetekend door ambtenaar Maaike. Haar probleem diende zich de week ervoor ook al aan, maar toen dacht het labteam nog dat Rachel makkelijk zelf op het goede spoor zou kunnen blijven. en moeder van een jong zoontje, te worden opgepakt voor een uitstaande boete van de Nederlandse Spoorwegen. Een week later blijkt dat het probleem zich niet, zoals verwacht, zelf heeft opgelost ‘via het systeem’. Het enige verschil is dat Rachel zich nog nerveuzer voelt. Ze vertelt: “Elke keer als ik een politieauto zie, ben ik bang en denk ik: komen ze nu voor mij?” Ze heeft naar aanleiding van ons gesprek van vorige week wel acties ondernomen: bij jongerenwerk heeft ze een adviesgesprek geregeld over schuldhulpverlening. En bij de Sociale Dienst heeft ze haar uitkering versneld aangevraagd. Maar zou het bedrag op tijd binnen komen?

Vijf voor twaalf

We zijn als labteam zes maanden in Dordrecht++Social labsKennisland doet meer social labs! Bekijk onze case-pagina. aan het werk om de leefwereld van jongeren te onderzoeken, te begrijpen en te verbeteren; jongeren die tussen wal en schip dreigen te vallen. We zijn er om de knelpunten in de dienstverlening en beleid voor jongeren, met jongeren, systemisch te onderzoeken en systematisch te verbeteren met nieuwe, verbindende initiatieven. Maar dan komt de praktijk ineens wel heel dichtbij. Opeens is het dus vijf voor twaalf. Rachel zit met haar handen in het haar. En wij als team ook. Goedbedoelde acties met mooie titels als ‘Help Rachel op het goede spoor’ en ‘Laat een moeder niet zitten’ zijn ineens bloedserieuze ernst. Met de vele kosten“Elke keer als ik een politieauto zie, ben ik bang en denk ik: komen ze nu voor mij?” van dien: emotionele kosten, maar ook maatschappelijke kosten voor het betalen van het gevangenisverblijf (zes dagen), en wie weet een nieuwe case voor het wijkteam, of Bureau Jeugdzorg. Bovendien is Rachel niet zomaar iemand die we eens hebben geïnterviewd, maar iemand die we als teamlid aan boord hebben, en willen houden, zodat we samen het schuldhulpverleningsvraagstuk kunnen onderzoeken.

Hoever mag je gaan?

“Een keer zwart rijden moet geen enkeltje diepe shit worden”“Een keer zwart rijden moet geen enkeltje diepe shit worden.”, zei een collega. De situatie schuurt aan alle kanten, niet alleen tussen systeem- en leefwereld van anderen, maar plotseling ook die van onszelf. Wat kun je doen als labteam, voor ons labteamlid? Wat mag je doen, wat moet je doen… moet je wel wat doen, hoever mag je gaan? In de hectiek van de situatie schemeren drie opties.

Optie 1: Niets doen, ‘de natuur’ op zijn beloop laten

Een optie is: niets doen, in de trend van ‘daar zijn we niet van’. We zijn onderzoekers en volgen een verhaal, maar mogen we ingrijpen? En wanneer dan? Je kunt denken: een lab is gewoon werk, een maatschappelijk vraagstuk is van 9 tot 5.Een lab is gewoon werk, een maatschappelijk vraagstuk is van 9 tot 5. En daarna is het maatschappelijke vraagstuk van iemand anders. De vraag doemt op: is dat niet juist het probleem, dat we maatschappelijke vraagstukken als ‘werk’ zien? En daarin naar elkaar wijzen om het op te lossen?

Optie 2: Zelf het probleem oplossen

Een optie is: handelen als team en het probleem zelf oplossen, bijvoorbeeld door het geld te lenen, door het geld te geven. De vraag doemt op: helpen we als team (los van onze persoon) individuele gevallen, en waar ligt dan de grens? Straks staan er tien jongeren op de stoep die ook graag geholpen willen worden. We willen niet afgerekend worden op voortrekkerij. Bovendien zijn we geen professionele jongerenwerkers, we kijken juist hoe we jongerenwerkers kunnen ondersteunen om hun werk voor Rachel te kunnen doen. En: is dit een duurzame oplossing?

Optie 3: Uitzoeken hoe anderen (versneld) kunnen handelen

Nog een optie is: het lab gebruiken om het vraagstuk snel op te lossen door het verhaal over schulden systemisch en systematisch te volgen, te publiceren en daardoor te rade gaan bij instanties en initiatieven. “Bemoeien werkt!”, schreef Jos van der Lans eerder, in zijn initiatief Eropaf. We kunnen naar het jongerenwerk, om raad te vragen. We kunnen aan de bel trekken bij de Sociale Dienst. We kunnen de Gemeentelijke Krediet Bank benaderen om formeel direct te handelen richting de NS (schuld parkeren) en het geld te lenen (zonder directe schuldsanering). We kunnen wijkagent Bennie Beuvink bellen, voor praktisch direct advies. Hij was de agent die besloot dat het geen zin had om een vrouw met schulden te arresteren en wist die arrestatie ook te voorkomen. We kunnen de situatie bij de NS voorleggen op hun Facebookpagina. Daar schijnen bedrijven erg gevoelig voor te zijn tegenwoordig. Er blijkt ook een afdeling ‘schrijnende gevallen’ te zijn bij het Centraal Justitieel Incassobureau, die waarschijnlijk de boete innen bij Rachel en de politie op haar afsturen. Met het CJIB kan een betalingsregeling getroffen worden. Verder zijn er veel initiatieven in Nederland die zich met schuldhulpverlening en armoedevraagstukken bezighouden, zoals ONSbank en Goede Gieren. En de politiek, we kunnen aandacht vragen van de landelijke of lokale politiek. Minister Jette Klijnsma wil misschien best luisteren en advies geven omdat zij armoedebestrijding hoog op haar politieke agenda heeft staan.

Geen tijd

Voor deze uitgebreide, laatste optie leek op dat moment geen tijd meer: de uiterlijke boetetermijn zou een paar dagen later verlopen. Uiteindelijk loste het probleem zich gelukkig wel op tijd op: 10 vrienden van een labteamlid organiseerden razendsnel een ‘crowdloan’10 vrienden van een labteamlid organiseerden razendsnel een ‘crowdloan’.: ze hebben ieder 25 euro voorgeschoten, waardoor Rachel met eigen geld dat ze eerder verdiende met het werk in het lab haar boete bij het politiebureau op tijd kon aflossen. Het bedrag verdient ze terug door 10 dagen voor het lab te werken zodat zij haar schuld kan aflossen. Zo komt de oplossing tegemoet aan de wens van Rachel om geen geld te ontvangen, en kunnen we samen met haar haar verhaal over schuldhulpverlening volgen. En Rachel is niet bevoordeeld door sec haar deelname aan het lab. Ze is via het lab iemand tegen het lijf gelopen die haar situatie serieus nam.

Rachel ziet er deze week erg opgelucht uit. “Het sociale wijkteam kwam voor mijn zoontje en toen ben ik ook over die schuldhulpverlening begonnen om mijn andere schulden op te lossen. En dat gaan we doen”. Ze zegt zich gesteund te voelen met deze nieuwe ervaring: “Ik zie nu dat er echt wel verandering kan komen in mijn situatie.”

Wat zou jij doen?

Het verhaal van Rachel maakt de gemoederen flink los. Het lab schuurt tussen systeem en persoon, ook voor Kennislanders en ambtenaren.Het lab schuurt tussen systeem en persoon, ook voor Kennislanders en ambtenaren. We hadden deze bijzondere (crisis)situatie graag voorkomen en ontwikkelen een gezamenlijk handelingsperspectief om te bepalen: Wanneer handel je wel, niet, voor wie wel en voor wie niet, en wat doe je als je wel handelt.

Wat zou jij doen? Tips vanuit je eigen praktijk zijn welkom!

Volg het social lab verder op de blog ‘Generation/D’.